We gebruiken het woord bijna vanzelfsprekend positief: vooruitgang.

Meer mogelijkheden, meer kennis, meer technologie, meer efficiëntie, meer groei. We kunnen sneller communiceren, vanaf vrijwel iedere plek werken en binnen enkele seconden beschikken over enorme hoeveelheden informatie. Technologie helpt ons problemen op te lossen die een generatie geleden nog ondenkbaar leken.

Veel van die technologische vooruitgang heeft ons leven gemakkelijker en beter gemaakt.

En toch is er een vraag die we misschien te weinig stellen:
Wanneer noemen we iets eigenlijk vooruitgang?

Meer en sneller betekent niet automatisch beter

We zijn gewend geraakt om vooruitgang te herkennen aan wat toeneemt. Economische groei. Productiviteit. Snelheid. Bereik. Mogelijkheden.

Dat zijn belangrijke indicatoren, maar ze vertellen niet het hele verhaal.

Een organisatie kan productiever worden terwijl medewerkers steeds minder ruimte ervaren. We kunnen voortdurend bereikbaar zijn en ons tegelijkertijd minder verbonden voelen. Technologie kan ons tijd besparen, terwijl onze dagen toch voller raken. En we kunnen uit steeds meer mogelijkheden kiezen, terwijl het moeilijker wordt om te bepalen wat voor ons werkelijk van waarde is.

Dat maakt groei, technologie of efficiëntie niet verkeerd. Integendeel: ze kunnen enorm veel mogelijk maken. Maar naast de vraag wat sneller, slimmer of efficiënter kan, zouden we misschien vaker moeten vragen: Wat wordt er daardoor daadwerkelijk beter?

Dan gaat vooruitgang niet alleen over wat we kúnnen, maar ook over wat we belangrijk vinden.

Wat doen we met de ruimte die technologie creëert?

Efficiëntie is daar een interessant voorbeeld van.

De afgelopen decennia hebben we enorme stappen gezet in de manier waarop we werken. Een bericht dat vroeger dagen onderweg was, komt nu binnen enkele seconden aan. Software neemt administratieve processen over. We kunnen vanaf vrijwel iedere plek samenwerken. En kunstmatige intelligentie maakt het mogelijk om steeds meer taken sneller uit te voeren.

In minder tijd kunnen we meer doen.
Maar wat gebeurt er eigenlijk met de tijd die we besparen?

In theorie kan efficiëntie ruimte creëren. Meer tijd voor aandacht, creativiteit, leren, menselijke ontmoeting of simpelweg herstel. In de praktijk vullen we die ruimte vaak opnieuw.

Een sneller proces maakt plaats voor een volgende taak. Een lege plek in de agenda wordt een nieuw overleg. Een tool waarmee we sneller produceren, maakt het mogelijk om nóg meer te produceren. Zo ontstaat een interessante paradox:

We worden steeds efficiënter, zonder dat we vanzelfsprekend meer ruimte ervaren.

Dat zegt niet alleen iets over technologie. Het zegt vooral iets over de keuzes die wij ermee maken.

AI maakt die keuze steeds zichtbaarder

De ontwikkeling van AI maakt deze vraag op dit moment extra relevant. Veel gesprekken gaan begrijpelijkerwijs over wat kunstmatige intelligentie kan overnemen. Welke beroepen veranderen? Welke processen kunnen sneller? Welke taken kunnen we automatiseren? En hoeveel productiviteit levert dat op?

Maar minstens zo interessant is de vraag wat we met die vrijgekomen ruimte willen doen.

  • Als technologie ervoor zorgt dat een verpleegkundige minder tijd kwijt is aan administratie, willen we dan vooral dat diegene meer patiënten kan zien? Of willen we óók dat er meer tijd ontstaat voor de patiënt die op dat moment tegenover hem of haar zit?
  • Als AI een professional helpt om informatie sneller te verwerken, gebruiken we die winst dan alleen om meer dossiers af te handelen? Of ontstaat er ook ruimte om beter te luisteren, zorgvuldiger af te wegen en betekenis te geven?

Menselijke vooruitgang laat zich niet alleen in cijfers vangen

Bij vooruitgang kijken we gemakkelijk naar wat erbij komt. Nieuwe mogelijkheden. Meer gemak. Meer snelheid. Meer welvaart.

Maar vooruitgang vraagt ook om te kijken naar wat we onderweg willen behouden.

Aandacht. Menselijk contact. Vakmanschap. Vertrouwen. De ruimte om te twijfelen, te leren of een gesprek te voeren dat niet efficiënt hoeft te zijn. Werk waarin iemand niet alleen productief is, maar ook betekenis ervaart.

Juist in sectoren als zorg en onderwijs wordt zichtbaar waarom dat belangrijk is. Goede zorg gaat niet alleen over hoeveel mensen we met de beschikbare capaciteit kunnen helpen. Voor iemand die bang is, pijn heeft of slecht nieuws krijgt, kan juist datgene wat moeilijk meetbaar is van grote betekenis zijn: aandacht, nabijheid en iemand die niet alleen naar het dossier kijkt, maar naar de persoon.

Onderwijs gaat op dezelfde manier niet alleen over hoeveel kennis iemand in zo kort mogelijke tijd kan verwerken. We hopen ook dat mensen leren nadenken, samenwerken, nieuwsgierig blijven, fouten durven maken, zichzelf leren kennen en ontdekken hoe zij willen bijdragen. Veel van die kwaliteiten zijn moeilijker te meten dan snelheid, output of rendement. Maar dat maakt ze niet minder waardevol.

Meten we wat gemakkelijk meetbaar is, of wat ertoe doet?

Daar zit misschien een blinde vlek in hoe we naar technologische en maatschappelijke vooruitgang kijken. Wat gemakkelijk meetbaar is, krijgt al snel meer gewicht dan wat moeilijker in cijfers te vangen is.

We weten hoe we productiviteit kunnen meten. Economische groei. Bereik. Snelheid. Output.

Maar hoe meten we aandacht? Verbondenheid? Betekenis? Vertrouwen? Het gevoel ergens bij te horen? De ruimte die iemand ervaart om daadwerkelijk bij te dragen?

Dat betekent niet dat we moeten stoppen met meten. Wel dat we naast cijfers oog moeten houden voor wat vooruitgang in het leven van mensen daadwerkelijk betekent. Want uiteindelijk is de vraag niet alleen of technologie ons productiever, sneller of efficiënter maakt.

Draagt technologische vooruitgang ook bij aan kwaliteit van leven, aandacht, verbinding, betekenis en ruimte?

Vooruitgang voor wie?

Er is nog een vraag die daarbij gemakkelijk uit beeld raakt: Wie gaat er eigenlijk op vooruit?

Een technologische ontwikkeling kan voor de één nieuwe mogelijkheden creëren en voor een ander onzekerheid vergroten. Automatisering kan een organisatie productiever maken, terwijl het werk van medewerkers ingrijpend verandert. Economische groei kan welvaart creëren, zonder dat iedereen die vooruitgang op dezelfde manier ervaart.

Dat maakt technologie, innovatie of groei niet minder waardevol. Het laat vooral zien dat vooruitgang meer is dan een technisch of economisch vraagstuk. Het is ook een vraag naar wat een ontwikkeling betekent voor mensen en voor de samenleving als geheel.

Technologie kan nieuwe mogelijkheden creëren. Efficiëntie kan tijd vrijmaken. Economische ontwikkeling kan bijdragen aan welvaart. Maar de waarde zit uiteindelijk niet alleen in de groei, snelheid of mogelijkheden zelf.

De waarde zit uiteindelijk ook in wat die vooruitgang mogelijk maakt voor mensen en voor de samenleving als geheel.

Een kleine herijking van vooruitgang

Kies eens een ontwikkeling die je bijna vanzelfsprekend als vooruitgang ziet. AI. Automatisering. Digitalisering. Economische groei. Of simpelweg een efficiëntere manier van werken. En stel jezelf vier vragen:

  • Wat wordt hierdoor mogelijk?
  • Wie gaat erop vooruit?
  • Wat willen we onderweg niet verliezen?
  • En wat willen we met de ruimte of mogelijkheden die hierdoor ontstaan doen?

Niet om te bepalen of een ontwikkeling goed of verkeerd is. Wel om verder te kijken dan sneller, slimmer, groter of efficiënter. Want uiteindelijk willen we niet alleen weten óf we vooruitgaan, maar vooral wat er daardoor daadwerkelijk beter wordt.

Technologie, groei of efficiëntie kunnen die vraag niet voor ons beantwoorden. Die vraagt om een menselijke afweging: wat vinden we van waarde en waar willen we ruimte voor maken?

Misschien begint vooruitgang precies daar: niet alleen bij wat er méér mogelijk wordt, maar bij de vraag wat we daarmee daadwerkelijk beter willen maken.

Lees verder

  • Niet alles wat vooruitgaat, is vooruitgang

  • Onderzoek je organisatiecultuur: het antwoord zit vaak in wat niemand meer bevraagt

  • Patronen doorbreken: begrijpen waarom je zo snel weer doet wat je altijd deed