Er zijn periodes in het leven waarin de vraag naar richting zich nadrukkelijker aandient. Na een zomer, een vakantie, een verandering. Of gewoon op zo’n moment waarop het gewone leven weer op gang komt en je merkt dat je niet gedachteloos verder wilt waar je gebleven was.

Vragen poppen dan op. Wat wil ik eigenlijk? Waar wil ik mijn tijd en aandacht aan geven? Hoe weet ik welke richting nog bij me past?

We zoeken dan vaak naar focus, naar helderheid over de volgende stap. Alsof er ergens een antwoord ligt dat we moeten vinden. Maar voordat je kunt bepalen welke richting je wilt kiezen, ligt er misschien een andere vraag onder: van waaruit kies je eigenlijk? Vanuit wat je kunt en waar je goed in bent? Vanuit wat verstandig lijkt of wat anderen van je verwachten? Vanuit wat vertrouwd is? Of vanuit datgene wat voor jou werkelijk van betekenis is? Oftewel: hoe werkt je innerlijke kompas?

We behandelen richting vaak als een keuzevraagstuk. Er zijn verschillende mogelijkheden en het is aan ons om daaruit de juiste te kiezen. Maar richting gaat voor mij ook over afstemming. Over het vermogen om te onderscheiden wat mogelijk is, wat van je wordt gevraagd en wat werkelijk bij jou hoort.

Ergens goed in zijn zonder dat het bij je past

Dat onderscheid vind ik steeds interessanter. Sommige keuzes in ons leven zijn heel duidelijk. Je weet dat je iets wilt of juist niet wilt. Je voelt enthousiasme, weerstand of verlangen en kunt daar relatief gemakkelijk naar handelen.

Veel vaker zijn de signalen subtieler. Je kunt ergens goed in zijn en er toch niet meer gelukkig van worden. Je kunt een rol uitstekend vervullen en tegelijkertijd voelen dat hij je steeds minder past. Je kunt succesvol zijn in iets waar je ooit bewust voor hebt gekozen en toch merken dat je er niet meer dezelfde betekenis in vindt.

Je kunt zelfs een leven hebben waar op papier weinig mis mee is en vanbinnen denken: is dit nog wel hoe ik wil leven?

Dat maakt richting vinden ingewikkeld. We zijn geneigd eerst te zoeken naar wat er mis is voordat we onszelf toestaan iets opnieuw te onderzoeken. Terwijl iets niet verkeerd hoeft te zijn om niet langer te kloppen.

Wat ooit paste, hoeft niet te blijven passen

We veranderen. Niet noodzakelijk in grote sprongen, maar door wat we meemaken, wie we ontmoeten en wat we onderweg over onszelf ontdekken. Wat ooit belangrijk was, kan aan betekenis verliezen. Kanten van onszelf die lange tijd weinig ruimte kregen, kunnen juist nadrukkelijker naar voren komen.

Toch blijven we gemakkelijk vasthouden aan keuzes die ooit logisch waren. Aan werk waar we goed in zijn, aan rollen waarin anderen ons kennen of aan verwachtingen die we ooit zelf hebben omarmd. Soms blijven we zelfs trouw aan een beeld van wie we dachten dat we moesten worden, terwijl we nauwelijks meer onderzoeken of dat beeld nog bij ons past.

Dat is niet vreemd. Het vertrouwde geeft houvast. Iets opnieuw ter discussie stellen betekent soms ook afscheid nemen van die zekerheid, zonder al te weten wat ervoor in de plaats komt.

Daarom kan herijken ongemakkelijk zijn. Het oude klopt niet helemaal meer, terwijl het nieuwe nog geen duidelijke vorm heeft. Juist in die tussenruimte zijn we geneigd snel naar een antwoord te zoeken, terwijl het misschien belangrijker is om eerst goed te begrijpen wat er aan het verschuiven is.

Meer mogelijkheden geven niet automatisch meer richting

Tegelijkertijd leven we in een tijd waarin ontzettend veel mogelijk is. We kunnen ons blijven ontwikkelen, nieuwe rollen aannemen, opleidingen volgen, van werk veranderen, een onderneming beginnen, reizen, verhuizen en onszelf steeds opnieuw uitvinden.

Die veelheid aan mogelijkheden geeft vrijheid, maar niet vanzelf richting.

We zijn vrijheid sterk gaan verbinden aan keuze: hoe meer mogelijkheden we hebben, hoe vrijer we lijken. Toch vraagt juist die keuzevrijheid iets van ons. Als er steeds meer mogelijk is, wordt het belangrijker om te kunnen onderscheiden welke mogelijkheden werkelijk betekenis voor ons hebben.

De vraag wat kan ik doen? is dan niet meer voldoende.

Je kunt ergens talent voor hebben zonder dat je er je leven aan wilt besteden. Je kunt een kans krijgen zonder dat je haar hoeft te benutten. Je kunt iets interessant vinden zonder dat het een plek hoeft te krijgen in je agenda. Niet iedere mogelijkheid hoeft jouw richting te worden.

Focus vraagt om onderscheidingsvermogen

Daarmee verandert ook de betekenis van focus.

We zijn focus vooral gaan begrijpen als concentratie. We stellen doelen, bepalen prioriteiten, proberen afleiding te verminderen en zoeken naar manieren om onze aandacht beter te organiseren. Daar is op zichzelf niets mis mee. Alleen gaat er iets aan vooraf wat we gemakkelijk overslaan.

Je kunt je namelijk uitstekend concentreren op iets wat voor jou allang niet meer van betekenis is. Focus gaat daarom niet alleen over het vermogen om je aandacht ergens bij te houden. Het vraagt ook om onderscheidingsvermogen: kunnen bepalen wat je aandacht waard is.

Dat betekent ook onderzoeken waarom iets zoveel ruimte in je leven inneemt. Is dat omdat je het belangrijk vindt? Omdat je er goed in bent? Omdat anderen op je rekenen? Of simpelweg omdat het ooit zo is ontstaan en je daarna niet meer hebt onderzocht of het nog past?

Iedere keuze voor iets maakt de ruimte voor iets anders kleiner. Focus gaat daarmee niet alleen over waar je meer aandacht aan wilt geven, maar ook over waar je je aandacht niet langer vanzelfsprekend aan wilt verliezen.

Soms voel je iets voordat je het kunt verklaren

Dat onderscheid maken we niet alleen met ons hoofd. Soms merken we iets voordat we er woorden aan kunnen geven.

Je voelt dat bepaalde gesprekken je energie geven, dat iets steeds opnieuw je nieuwsgierigheid wekt of dat je de tijd vergeet wanneer je ergens mee bezig bent. Andersom kan iets wat je rationeel nog prima kunt verklaren steeds meer gaan schuren.

Dat betekent niet dat ieder gevoel onmiddellijk tot een besluit moet leiden. Weerstand kan ook angst zijn, vermoeidheid kan tijdelijk zijn en een moeilijke periode betekent niet automatisch dat je een andere richting op moet.

Maar wat je voelt kan wel zichtbaar maken wat je met je hoofd nog niet helemaal kunt duiden.

Verbinding met jezelf betekent voor mij daarom niet dat je altijd je gevoel moet volgen. Het betekent dat je je eigen ervaring serieus genoeg neemt om haar mee te wegen. Wat je denkt, wat je omgeving van je vraagt en wat je vanbinnen ervaart, kunnen verschillende richtingen aanwijzen. De kunst is niet om één daarvan blind te volgen, maar om ze te onderzoeken en van elkaar te leren onderscheiden.

Je innerlijk kompas vraagt om steeds opnieuw afstemmen

Ik heb lang gedacht dat richting vooral ging over het maken van de juiste keuze. Alsof je op een bepaald moment bepaalt waar je naartoe wilt en van daaruit verder kunt.

Maar richting bepalen is geen eenmalige exercitie. We veranderen door wat we meemaken, de mensen die we ontmoeten en wat we onderweg over onszelf ontdekken. Wat ooit betekenisvol was, kan aan betekenis verliezen. En iets wat eerder nauwelijks aandacht vroeg, kan juist belangrijker worden. Richting vraagt daarom om steeds opnieuw afstemmen.

Niet omdat je voortdurend moet twijfelen aan de keuzes die je hebt gemaakt, maar omdat het waardevol is om af en toe te onderzoeken of die keuzes nog passen bij wat voor jou van betekenis is.

Dat vraagt om andere vragen dan alleen: Wat kan ik? of Wat is verstandig? Ook vragen als Waar voel ik me werkelijk bij betrokken? Wat raakt mij steeds opnieuw? Waar wil ik iets in betekenen? En klopt de manier waarop ik nu leef nog met wat ik belangrijk vind? helpen om scherper te krijgen wat richting voor jou betekent.

Misschien is dat wat een innerlijk kompas doet. Het geeft je geen routebeschrijving en vertelt je ook niet wat je onderweg tegenkomt. Het helpt je wel om zo nu en dan te bepalen of je nog beweegt in de richting die voor jou klopt.

Van voelen naar kiezen met je innerlijke kompas

Dat kost soms tijd. Je hoeft niet onmiddellijk iets te veranderen wanneer iets begint te schuren. Het kan juist waardevol zijn om te onderzoeken waarom iets je raakt, waarom je ergens steeds naar terugkeert of waarom iets wat lange tijd vanzelfsprekend was dat ineens niet meer is.

Gaandeweg kan daarin iets duidelijk worden. Misschien ontdek je dat je niet zozeer ander werk wilt, maar meer ruimte om te creëren. Dat je niet weg wilt uit een relatie of samenwerking, maar wel verlangt naar meer openheid. Of dat je niet minder ambitieus bent geworden, maar anders bent gaan kijken naar waar je je energie voor wilt inzetten.

Soms ontdek je ook dat iets wat je jarenlang met overtuiging hebt gedaan simpelweg niet meer dezelfde betekenis voor je heeft.

Voor mij begint kiezen vanuit wat klopt daar. Niet door ieder gevoel onmiddellijk om te zetten in actie, maar ook niet door eindeloos te blijven beredeneren waarom je iets zou moeten willen wanneer je al langere tijd iets anders ervaart.

Richting ontstaat juist in het samenspel tussen wat je ervaart, hoe je dat begrijpt en wat je er vervolgens mee doet. Want uiteindelijk krijgt wat voor jou belangrijk is pas betekenis voor je leven wanneer het ook invloed mag hebben op de keuzes die je maakt.

Je hoeft de hele route niet te kennen

Dat klinkt eenvoudiger dan het is, want we willen graag weten waar een keuze toe leidt voordat we haar durven maken. Is dit wel de juiste stap? Krijg ik er geen spijt van? En wat als ik nog niet weet wat ervoor in de plaats komt?

Die zekerheid hebben we lang niet altijd. Soms weet je nog niet precies wat je wél wilt, maar merk je steeds duidelijker wat niet meer past. Soms is er alleen een nieuwsgierigheid die blijft terugkomen of een verlangen waar je meer ruimte aan wilt geven.

Daar kun je al iets mee doen. Je kunt een gesprek voeren, iets onderzoeken of tijd vrijmaken voor iets wat steeds naar de achtergrond verdwijnt. Je kunt ook besluiten ergens niet langer automatisch mee door te gaan, alleen omdat het ooit een goede keuze was.

Want richting ontstaat niet alleen door erover na te denken. Ze krijgt ook vorm terwijl we kiezen, ervaren en opnieuw bijstellen.

Daar raakt richting voor mij aan iets wat fundamenteler is: congruentie. De mate waarin wie je bent, wat je belangrijk vindt en hoe je leeft met elkaar in overeenstemming zijn.

Dat betekent niet dat alles in je leven voortdurend moet kloppen. Het dagelijks leven is daar veel te weerbarstig voor. Verantwoordelijkheden, relaties, omstandigheden en behoeften van anderen doen ertoe. Verbinding met jezelf betekent niet dat de wereld zich naar jou moet voegen.

Wel is het waardevol om af en toe te onderzoeken waar afstand is ontstaan tussen wat je belangrijk vindt en de manier waarop je daadwerkelijk leeft. Soms ontdek je dan dat je veel tijd besteedt aan iets wat nauwelijks nog betekenis voor je heeft, of dat iets wat je juist heel belangrijk vindt structureel naar de achtergrond is verdwenen.

Herijken betekent voor mij daarom niet dat je jezelf opnieuw moet uitvinden. Het gaat erom opnieuw te onderzoeken wat voor jou van betekenis is en in hoeverre de keuzes die je maakt daarmee overeenkomen.

Misschien is dat uiteindelijk ook waar focus begint.

We kunnen onze agenda’s aanscherpen, doelen formuleren en afleiding proberen te verminderen. Maar zolang we niet onderzoeken wat onze aandacht werkelijk waard is, kunnen we heel gefocust bezig zijn zonder ons af te vragen of we nog de goede kant op bewegen.

De vraag is dus niet alleen: waar wil ik naartoe? Er ligt een vraag vóór. Van waaruit wil ik kiezen?

Lees verder

  • Wat aandacht krijgt, wordt cultuur: hoe de dagelijkse praktijk meer vertelt dan strategie

  • Hoe weet je welke richting bij je past? Over kiezen met je innerlijke kompas

  • Leven in een aandachtseconomie: wat verdient werkelijk onze aandacht?